“Waar denk je aan?” is het eerste wat ze me vroeg. Ze doorbrak een stilte die in werkelijkheid misschien 30 à 40 seconde duurde, maar het voelde net alsof het even lang duurde als bier halen in de kroeg. Twee woorden, neger letters. Duurt lang. Het was een saaie avond. Niet zo zeer dat het aan het meisje lag, zeker niet. Ze was geweldig. Ze was spontaan, lief, ondernemend en tegelijkertijd standvastig. Ze haalde het beste in mij naar boven, dat heb ik de afgelopen tijd wel gemerkt. Ik ging vrolijker de wereld in, alsof ik Alice in Wonderland was.
Maar deze avond, ondanks de eerdere avonden met haar die
zeker geslaagd waren, liep het gewoon niet. De woorden kwamen niet van m’n tong
af, ik had geen gespreksstof, ik wist het gewoon niet.
Zo voelde ik me ook over haar. Ondanks dat ik slechts wat
negatieve verhalen hoorde over haar verleden, waar promiscuïteit en vreemd gaan
passende woorden voor zijn, was ze veranderd. Dat vertellen ze pas erna, hè.
Net alsof je vraagt waar de toiletten zijn, en ze pas erna vertellen dat ze
stuk zijn, over stromen met darminhoud als je doorspoelt, ‘maar ze worden
morgen gerepareerd!’. Nutteloos.
Ach, die verhalen zijn ook weer van zoveel jaar geleden. Mensen veranderen. Jij ook. Kijk nou naar
jezelf, 8 jaar geleden was je nog verzot van geitenwollen sokken en stond je stijf van de principes.
Zo erg was die avond ook weer niet. Je hebt nog best
gelachen samen. Goed, leedvermaak, maar gelachen is gelachen. Je deelt de
momenten samen, hè. Was wel leuk, die jongen die overduidelijk nieuw was in dit
restaurant. Ik zag hem nog voorbij lopen, dienblad verkeerd in de hand,
overduidelijk concentrerend op het dienblad, liet opletten wat er voor hem
gebeurde. FLATS. Daar ging de Merlot. Vol over die hond heen. Zo’n langharige
Teckel. Bloed irritant beest was het, constant blaffen als er iemand voorbij
kwam. “Jaaaaa… hij is heel erg waaks….. Ze baken hun territorium af hè.. Dat
doen ze nou eenmaal..” zei ze nog. Leuk een aardig, totdat dat kreng in m’n
broekspijp hing. Ik probeerde hem nog af te schudden, heftige bewegingen makend
met m’n rechterbeen, maar dat ding leef in m’n broek hangen. Toen schopte ik
hem, heel per ongeluk natuurlijk, tegen de bar aan. Ik win. Met de staart
tussen z’n benen ging die maar onder de stoel van z’n baasje zitten, die me vol
afgunst aankeek. “Sorry” zei ik nog, terwijl ik mezelf al manoeuvreerde
richting de toiletten.
Maar goed, die Merlot dus helemaal over die hond heen, de
eigenaar van het beestje nog afgedaan van mijn ervaring met ‘Lakynn’ (alsof
Fido of Lassie niet genoeg is ofzo), kon de jongen nog net “D-d-de stomerij
k-k-kosten gaan naar het restaurant, mevrouw.” Vatte mevrouw niet zo goed op,
wat hebben wij gelachen.
Of die oudere man die niet tevreden was over de
bediening, die zuurpruim. Het gekke was dat hij niet zo’n typische zuurpruim
was. Met zijn kale hoofd met van die ouderdoms vlekken, die hij probeerde te verbergen
onder z’n baret, een dikke neus en bril
met geslepen glas leek hij mijn zo’n typische pijp rokende opa. Een opa die ik
nooit gekend heb. Mijn ene opa besloot maar eens een wereldreis naar de Wallen
te ondernemen na de geboorte van het vierde kind en de ander overleed toen ik 7
maanden was.
Het ging niet snel genoeg naar zijn mening. Dus besloot
hij het zelf maar te halen, met z’n chagrijnige blik liep hij de trap op,
richting dat opkamertje, slipte zijn chocomelk uit z’n handen. Furieus was die.
Alles kreeg de schuld behalve hij zelf. Vol stampij verliet hij de zaak zonder
te betalen. Achteraf heb ik mijn lach in moeten houden, maar zij had medelijden
met hem. Ze was lief. Ze verplaatste zich in zijn plek, keek door zijn ogen. Ze
deed nog een poging om hem te helpen, maar dat stelde hij niet zo op prijs.
Uiteindelijk kon zij ook nog een sneer verwachten. Ondanks dat bleef ze
vriendelijk. Ze was leuk.
Ze leefde tenminste ook niet in zo’n filmillusie. De
prins op het witte paard was voor haar maar een nicht die zo hard genomen was
dat ie zelf niet kon lopen. Heerlijk. En toen bij een doodscène "You never
backed away from everything in your life, now fight! Fight! FIIIIGHT!"
klonk, was zij de enige die heel droog “sla ‘m op z’n bek dan” kon zeggen.
Ze was speciaal. Ze was uniek. Ze was authentiek. Ze was de vrouw die alle andere vrouwen
passeerde.
“Aan jou” zei ik.